Nieuws

Een verhaal uit de praktijk: ”ik werd steeds stiller”

kristy 17

Met toestemming van Rosa (niet haar echte naam) deel ik geanonimiseerd haar verhaal. Een tijd geleden nam Rosa wat twijfelend contact met me op. Ze zat al een tijdje niet lekker in haar vel op het werk en merkte dat de tegenzin langzaam toenam. Ze was zelfs al naar andere vacatures aan het kijken. Daar schrok ze zelf van, want in de basis vond ze haar baan juist heel leuk. Waar het precies door kwam, kon ze nog niet goed duiden. Samen zijn we daarover in gesprek gegaan.

Ik dacht steeds: laat maar zitten..

“Ik weet niet zo goed waar het is begonnen. Het is niet dat er iets heel groots is gebeurd. Geen ruzie. Geen conflict. Geen duidelijke aanleiding. Maar er gebeurt wel íets.”

Rosa schuift haar kop koffie iets naar voren en vertelt verder.

“Het begon klein. In overleggen werd er over me heen gepraat. Of mijn idee werd later nog een keer ingebracht, door iemand anders. En daar werd dan wél op gereageerd. En als ik iets zei, werd er soms niet echt op ingegaan. Dan ging het gesprek gewoon door, alsof ik helemaal niets gezegd had.”

“Er werden ook grapjes gemaakt. Niet per se over mij, maar wel… van die opmerkingen waarvan je denkt: hoezo vinden we dit normaal hier? Ik heb er last van dat er op een vervelende manier over collega’s gesproken, dat roept bij mij de vraag op ‘wat zullen ze over mij zeggen als ik er niet bij ben?’ Of dat er na een overleg besluiten waren genomen, waar ik niet bij betrokken was. Terwijl het wel over mijn werk ging. Op zichzelf allemaal niet heel rampzalig, maar alles bij elkaar voelt het… niet prettig.”

“Eerst dacht ik: ligt vast aan mij. Misschien moet ik gewoon duidelijker zijn. Ik ging twijfelen aan mezelf en werd er onzeker van.”

Steeds een stapje terug

“In het begin zei ik er nog wel iets van. Maar dat voelde al snel ongemakkelijk, er werd niet echt op gereageerd. Als ik een poging deed het met mijn leidinggevende te bespreken, werd het vrij snel van tafel geveegd. Alsof ik lastig was. Alsof ik er iets groters van maakte dan nodig. Dus ik dacht steeds vaker: laat maar zitten. Ik merkte dat ik steeds meer uitcheckte en me steeds minder betrokken voelde bij het team”.

Wat niet gezegd wordt

“Ik ging minder zeggen in vergaderingen. Bracht minder ideeën in. En als ik iets dacht, hield ik het vaker voor me. Niemand zei dat ik stil moest zijn, maar zo voelde het wel.”

Dit is wat ik vaker zie. Psychologische veiligheid zit niet alleen in wat er zichtbaar gebeurt, maar ook in wat er langzaam verdwijnt. De stilte die ontstaat en steeds destructiever wordt. Ideeën die niet meer gedeeld worden, vragen die niet meer gesteld worden en twijfel die niet meer uitgesproken wordt.

Wat maakte dat ze wél iets ging doen

Rosa vertelt: “Op een gegeven moment merkte ik dat ik met tegenzin naar werk ging. Niet elke dag, maar wel vaker. Ik voel me steeds minder op mijn gemak in het team. Ik betrap mezelf erop dat ik steeds meer opzie tegen de overlegmomenten en ik ga collega’s ontwijken. Steeds vaker thuis werken en voor de vrijdagmiddagborrel smoesjes verzinnen, om niet te hoeven komen. Maar ik denk ook.. Zo ken ik mezelf helemaal niet en zo wil ik hier niet zitten. ”

Via een vriendin kreeg ze de tip om met een vertrouwenspersoon kon praten.

“In eerste instantie vond ik het een beetje overdreven om je te bellen”, zei Rosa. ”Maar het alternatief was op dat moment dat ik op zoek zou gaan naar een andere baan, dus ik had voor mijn gevoel ook niet zoveel te verliezen.”

Wat het gesprek in beweging bracht

“In het gesprek met Kristy werd niet gezegd wat ik moest doen. Maar ik kreeg wel meer zicht op wat er gebeurde. Door de vragen die gesteld werden, kon ik de situatie meer van een afstandje bekijken. Ik zag dat het niet alleen ‘aan mij lag’, maar ook iets zei over hoe we als team met elkaar omgingen. De ongeschreven regels die er waren. En ik kwam ook tot een ander inzicht… dat ik me eigenlijk niet écht had uitgesproken. Ja, ik had wel eens iets gezegd, maar als ik eerlijk ben: niet duidelijk genoeg. Een beetje tussen de regels door. Of verpakt. Of pas achteraf. En toen dacht ik: als ik wil dat er iets verandert, kan ik niet blijven hopen dat anderen het vanzelf anders gaan doen. Ik zal zelf ook moeten aangeven waar ik last van heb.”

Dat gaf Rosa net genoeg houvast om het gesprek aan te gaan met haar leidinggevende. Dit hebben we samen voorbereid.

En hoe liep het af?

“Het was geen magisch gesprek,” zegt Rosa eerlijk. ”Maar mijn leidinggevende nam het wel serieuzer dan ik vooraf had verwacht. Ze stelde ook vragen over hoe ik haar stijl van leidinggeven ervaarde en wat ik daarin miste. Dit gaf me de opening om daar eerlijk mijn ervaringen over te delen.”

Rosa’s leidinggevende erkende een deel van wat ze benoemde. Niet alles, maar genoeg om het gesprek open te houden.

“In het team hebben we het er later ook over gehad. Niet heel groot, maar wel concreet. Over hoe we overleggen. Wie aan het woord komt. En hoe besluiten worden genomen.”

“Het is nog steeds niet perfect, maar ik durf weer iets vaker van mezelf te laten horen. En als iemand nu mijn idee overneemt, zeg ik er wél wat van.”

Tot slot

Wat dit voorbeeld laat zien, is hoe subtiel het kan gaan. Geen duidelijke grenzen die worden overschreden, maar een optelsom van kleine momenten. Gevolgd door stilte die steeds destructiever wordt. En precies daarin zit vaak juist ook de beweging. Niet in grote interventies, maar in het terugbrengen van ruimte. Het gesprek aangaan. Stapje voor stapje.

Wil je dit soort signalen eerder herkennen in je organisatie of sparren over een concrete situatie? Ik denk graag mee.

Lees ook…